Column: Selecte Visie
Monique Collignon
LATEN WE ELKAAR VAKER COMPLIMENTEREN

You never get a second chance to make a first impression. En of je het wil of niet: kleding speelt daarbij een belangrijke rol. Niet voor niets is mode de economische branche waarin het meeste geld wordt verdiend. Het gaat echt ergens over. Als jij je powerful kleedt, voel je je zelfverzekerd en val je op. Dat is al het halve werk. Dat geldt ook voor mezelf. Als ik ergens een lezing geef of aan het einde van een modeshow moet opkomen, wil ik niet na hoeven denken over mijn haar, make-up of kleding. Dat moet staan, zodat ik gewoon naar binnen kan lopen en mijn ding kan doen. Er is een tijd geweest dat aandacht voor het uiterlijk oninteressant en zelfs onintelligent werd gevonden. Ik ben het daar totaal niet mee eens. Natuurlijk gaat het niet alleen om het uiterlijk, maar je innerlijk moet wel zeer sterk naar buiten komen om dat geen rol te laten spelen. Op een netwerkbijeenkomst trekt iemand die er stijlvol uitziet de aandacht, terwijl die grijze muis misschien wel betere kwaliteiten heeft. Ik denk dan: met een betere outfit was ook zij ongetwijfeld meer opgevallen. Een gemiste kans dus.

Bouwvakkers
Als modewerper wil ik vrouwen empoweren. Dat betekent niet dat ik ze iets wil opleggen: je moet altijd dicht bij jezelf blijven. Maar je kunt er wel strategisch over nadenken. Naar welke gelegenheid ga je en welke outfit past daarbij? Neem de kerstborrel of nieuwjaarsreceptie: daar hoef je echt niet überzakelijk te verschijnen. Trek een mooie middagjurk aan. Of neem een hakje als je overdag op platte schoenen loopt, draag net een opvallender armband dan op kantoor of trek een ander soort kousen aan. Voor een zakelijke afspraak geldt: leef je in de ander in. Is het bijvoorbeeld een formeel of eerder een creatief bedrijf. Ik draag altijd mijn eigen ontwerpen, maar ik denk er van tevoren wel over na of ik iets uit mijn confectielijn neem of toch dat couture-mantelpak of -kostuum. In alle gevallen ben ik gewoon Monique, maar tegelijk ben ik niet één soort vrouw. Vrouwen doen tegenwoordig heel veel verschillende dingen en voor al die gelegenheden kun je je passend kleden en toch je eigen stijl behouden. Dat heeft niet eens altijd met geld te maken. Geld kan ook ordinair maken, zeg ik altijd. Je komt al een heel eind met een paar basics. In elk geval één zwart jurkje, want dat ziet er in combinatie met een jasje, vest of sjaal altijd goed uit. Een eenvoudige witte blouse mag ook niet ontbreken in je kast. Als je dat onder een goed jasje of colbert draagt, ben je altijd netjes. Zelfs als je het met een spijkerbroek combineert. Een mantelpak of kostuum moet je sowieso hebben, want daarmee kun je alle kanten uit. Je kunt het downdressen of het juist hartstikke sjiek maken door de keuze van je schoenen, sieraden, kousen, sjaals of blouses. Zorg er wel voor dat het een erg goed en geraffineerd pak is. Sommige vrouwen dragen mantelpakken waarin ze eruitzien als de buschauffeuse. Het zit voor geen meter, heeft niets vrouwelijks. Zo wil je er toch niet bijlopen?
Misschien heeft iemand ooit gezegd: het staat je keurig. Maar wil je er keurig uitzien of wil je dat de ander denkt:

wauw? Wil je je helemaal cool en goed voelen? Wil je trots op jezelf zijn als je je terugziet op foto’s? Ik vind het leuk als mijn klanten er supervrouwelijk uitzien, maar op een stijlvolle, geraffineerde en krachtige manier. Als mijn klant langs een groepje bouwvakkers loopt, moet ze niet worden nagefloten vanwege haar korte rokje of diepe decolleté of omdat ze te blond of te bruin is. Ik wil dat ze haar zien, elkaar aanstoten en dat één van hen dan durft te zeggen: goedemiddag. Dat getuigt van een ander soort respect.

Calvinistische inslag
Nederlandse vrouwen in het bedrijfsleven zijn zich bewuster gaan kleden, maar er is ook nog veel te doen. Zowel mannen als vrouwen hebben een beetje last van een calvinistische inslag. Als er een gelegenheid is, ‘moeten’ ze opeens. Dan zie je ze letterlijk ongemakkelijk lopen met hun nette pak en pumps. Als je je alleen voor feesten en partijen bijzonder kleedt, wordt het natuurlijk nooit een tweede natuur. En dan dragen mensen vaak ook nog net het verkeerde pak of de verkeerde jurk. Of ze gooien er schoenen onder waarmee je naar de Appie gaat. Op de première van de musical Beauty and the Beast zag ik vrouwen rondlopen met van die grote shopper-tassen om de schouder. We gaan toch niet de stad in, denk ik dan.

Veel vrouwen vinden het moeilijk om kleding goed te passen. Dan gaan ze recht voor de spiegel staan en vinden ze dat het er niet leuk uitziet. Maar zo statisch met van die hangende schouders sta je nooit: dat is altijd saai. Als je iets past, moet je erin rondlopen, zitten, buigen. Wat ik ook veel zie: uit onzekerheid foute keuzes maken. Zo denkt iemand met een maatje meer al gauw: ik moet laagjes dragen, want dan valt het minder op. Ik heb nog geen coutureklant hier in laagjes gekleed, zelfs niet vrouwen met echt grote maten. Het is juist helemaal niet charmant en je oogt er alleen maar dikker door. Als de verhoudingen kloppen, kun je er ook met een maatje meer prima uitzien. Als je zelf niet weet wat je goed staat en wat past bij jouw lichaam, moet je je laten adviseren. Dat geldt zeker voor vrouwen in invloedrijke posities. Er zijn genoeg kledingzaken waar je goede begeleiding kunt krijgen. En probeer ook eens iets anders te passen dan je normaal zou doen. Niet dat je het gelijk moet kopen, maar het zou je weleens kunnen verrassen.

Willen we die calvinistische mentaliteit doorbreken, dan moeten we vaker tegen elkaar zeggen: ‘Goh, wat zie je er leuk uit vandaag.’ Of: ‘Wat heb je een leuke jurk aan!’ Ik zeg dat zelf rustig op straat tegen mensen die ik niet ken. Eerst zie je ze schrikken, maar daarna vinden ze het altijd leuk. Als jij werk maakt van je uiterlijk, dan is het toch prettig als dat wordt gezien en benoemd. Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om het alleen voor jezelf te doen. Vergelijk het maar met je werk. Als niemand dat expliciet waardeert, denk je op enig moment: waarom doe ik de moeite? Dat is het begin van het einde. Dus weg met afgunst en jaloezie. Laten we elkaar juist een beetje stimuleren en vaker complimenten geven.


Monique Collignon
(1962) wordt beschouwd als één van de meest succesvolle Nederlandse modeontwerpers. Naast haar Haute Couture-collectie brengt zij de confectielijn Collignon Couture Light op de markt. Ook ontwerpt ze bedrijfskleding en merchandise collecties voor diverse bedrijven én kleedt ze veel (inter)nationale sterren. In 2010 ontving ze de Dutch Designer of the Year Award. In 2012 ontving ze tijdens een fashionevent in Duitsland The Best Foreign Designer Award. Naast ontwerper is Monique ook ondernemer. Haar kantoor is gevestigd in Amsterdam Zuidoost.

Emely Nobis heeft ruim vijfentwintig jaar ervaring als joudvg-img-2rnalist en bladenmaker. Ze werkte onder andere als hoofdredacteur van het managementblad voor vrouwen Avanta Magazine, als redactiechef bij het maandblad Opzij en als coördinator/chef redactie bij Avrobode en Kunst & Cultuur Magazine van Avrotros. Als journalist ligt haar interesse met name bij het schrijven over onderwerpen op het snijvlak mens, werk en diversiteit. Dat deed ze voor zowel Opzij als Avanta als in de door haar ontwikkelde rubriek Mens & Werk in Het Financieele Dagblad. Ook schreef ze het boek ‘Ondernemende vrouwen: Ambivalentie in de carrières van vijftien Nijenrode vrouwen’ en leverde ze bijdragen aan het Handboek Management.

Voor deze column is Monique Collignon geïnterviewd door Emely Nobis.

Strategisch kleden met Monique CollignonEen uniek event voor vrouwen die succesvol willen zijn!
Uit onderzoek weten we dat mensen elkaar in slechts minuten redelijk accuraat inschatten en daar vervolgens ook naar handelen. Daarmee is het niet alleen interessant maar ook erg relevant om te weten hoe je overkomt op anderen. Alleen goed presteren is niet voldoende. Door jezelf zichtbaar te maken, maak je meer impact, krijg je meer erkenning en ben je succesvoller….lees meer