Column: Selecte Visie
Monique Brummans
VRIJHEID MAG NIET VRIJBLIJVEND ZIJN

Wanneer het vrouwelijk potentieel op de arbeidsmarkt net zo goed benut zou worden als dat van mannen, dan zou de wereldwijde welvaart toenemen met maar liefst 26 procent, blijkt uit een recente studie van McKinsey Global Institute. Dat prikkelt mij. In de bijna vijfentwintig jaar dat ik dit werk doe, is de arbeidsparticipatie van vrouwen toegenomen van bijna 50% naar nu 67%. Maar waar het gaat om de economische zelfstandigheid, is er nauwelijks iets verbeterd. Vrouwen hebben vaak zeer kleine banen, die veel te weinig opleveren om zelfstandig van te bestaan. Men voelt blijkbaar niet de verantwoordelijkheid om het goed voor zichzelf te regelen. En dat terwijl de helft van alle relaties stukgaat, met alle risico om dan in de bijstand terecht te komen. Wat mij bevreemd is dat ook door politiek en maatschappij lauw of schouderophalend gereageerd wordt op dit fenomeen. Met als gevolg dat allerlei mooi talent onbenut blijft, dat het vrouwelijk aandeel in het Bruto Binnenlands Product zeer gering is, en dat we op termijn mede daardoor ook onze pensioenen niet goed geregeld hebben. Blijkbaar zijn al die signalen niet genoeg om er substantieel iets aan te veranderen. Ik blijf me daarover verwonderen.

Meer plichtsbesef

Er wordt veel geschermd met onderzoek over het geluksgevoel van mensen, waaruit blijkt dat het Nederlandse volk in de wereldvergelijking relatief hoog scoort. Dat wordt dan onder andere toegeschreven aan onze vrijheid om te kunnen kiezen hoe we ons leven inrichten, dus ook de vrijheid om wel of niet te werken. Als je daarover in discussie gaat, krijg je het verwijt alles economisch te benaderen. Immers: vrouwen doen sociaal en maatschappelijk ook goed werk thuis bij de kinderen, als mantelzorger of als vrijwilliger. Ja, dat klopt. En het klopt ook dat vrijheid een groot goed is, maar het mag niet resulteren in vrijblijvendheid. En ik ben het er al helemaal niet mee eens dat je je daarom niet druk moet maken over het gebrek aan economische zelfstandigheid van vrouwen. Ik begrijp niet, en wil ook niet begrijpen, waarom er in Nederland zo stilzwijgend wordt omgegaan met dit fenomeen dat zo’n grote invloed heeft op de hele levensloop van vrouwen. Je moet jonge mensen juist vroegtijdig leren wel een economische bril op te zetten: want wanneer de financiële basis bij jezelf op orde is, kan je veel meer aan.

In het onderwijs kun je colleges geven over het inrichten van je leven, het budgetteren van je leven, het vooruitdenken naar je pensioen. Maar volgens mij vindt men dat in dit land een niet-passende benadering.

We hebben een afkeer van planmatigheid in het persoonlijk leven. Zelf vind ik die strikte scheiding tussen werk en privéleven maar vreemd. Werk maakt een substantieel onderdeel uit van het leven en dat kan ook heel aantrekkelijk en goed zijn. Mensen zeggen weleens tegen mij: “Je werkt er wel heel hard voor”, en kijken me wat meewarig aan. Dat, terwijl Ik geniet van mijn werk en van het verschil dat ik maatschappelijk kan maken. Bovendien heb ik het goed geregeld voor nu en voor later. Daar past geen medelijden.

De verzorgingsstaat is nu al niet meer op te brengen, onze gezondheidszorg betalen we steeds meer uit eigen portemonnee. Dus hoe lossen we het op als al die laag betaalde of niet werkende vrouwen 65+ zijn? Wie moet voor de kosten opdraaien? De overheid moet nu proberen het tij te keren door vrouwen te stimuleren tenminste een modaal inkomen na te streven. Kijk bijvoorbeeld naar het onderwijs. Wie een hogere opleiding volgt, en de ene studie is nog duurder dan de andere, zou de verantwoordelijkheid moeten nemen voor het verzilveren van die investering. Dat plichtsbesef mag de overheid best kracht bijzetten door je een deel van de maatschappelijke kosten te laten terugbetalen als je niets met die opgedane kennis doet. Misschien is dat een stimulans om te zoeken naar normaal betaald werk.

Minder sociale kracht

De sociale kracht van vrouwen is meer dan groot genoeg. Thuis bepalen ze over het algemeen de sociale agenda, hun aandeel in het huishouden is nog steeds het grootst, net als hun aandeel in de zorg voor vaders, moeders, buren en vrienden. Als we dat eens wat meer loslaten, kunnen we de vrijkomende ruimte benutten om onze economische kracht fors laten toenemen en ontstaat er een betere balans. Je hoeft niet alles zelf te doen. We houden onze hand vaak op een verkeerde manier op de knip. Als je zaken uitbesteedt, breng je een enorme efficiency aan in je leven. Je ontzorgt jezelf. Daardoor kan je op je werk energiek en productief zijn en hoef je thuis alleen nog een aantal basisdingen te doen zodat de rest van je aandacht naar je kinderen kan gaan. Realiseer je bovendien dat je sociale invloed misschien nog wel groter kan zijn wanneer je voldoende geld verdient. Je kunt bijvoorbeeld geld geven aan goede doelen. En door het huishouden zo veel mogelijk uit te besteden, bied je werk aan mensen die dat anders niet hebben. Dit soort sociaal-maatschappelijke neveneffecten van economische zelfstandigheid worden zwaar onderschat.

Drs. Monique Brummans is sinds 1991 directeur-eigenaar van Diemen & Van Gestel en bemiddelt dag in dag uit vrouwen (60%) en mannen(40%) naar posities op het niveau van bestuur, toezicht, directie en senior-management. Tevens richt haar bedrijf zich op het opleiden van commissarissen en toezichthouders; het ontwikkelen van teams en het coachen en begeleiden van individuele klanten. Hiervoor was zij management consultant bij Ernst & Young en werkte zijn in de publieke en semi-publieke sector. In 2001 werd ze uitgeroepen tot Entrepreneur of the Year. Monique is medeauteur van de SMO-publicaties Cherchez la Femme en De economische kracht van de ondernemende vrouw.

Emely Nobis heeft ruim vijfentwintig jaar ervaring als journalist en bladenmaker. Ze werkte onder andere als hoofdredacteur van het managementblad voor vrouwen Avanta Magazine, als redactiechef bij het maandblad Opzij en als coördinator/chef redactie bij Avrobode en Kunst & Cultuur Magazine van Avrotros. Als journalist ligt haar interesse met name bij het schrijven over onderwerpen op het snijvlak mens, werk en diversiteit. Dat deed ze voor zowel Opzij als Avanta als in de door haar ontwikkelde rubriek Mens & Werk in Het Financieele Dagblad. Ook schreef ze het boek ‘Ondernemende vrouwen: Ambivalentie in de carrières van vijftien Nijenrode vrouwen’ en leverde ze bijdragen aan het Handboek Management.

Voor deze column is Monique Brummans geïnterviewd door Emely Nobis.